7 Breuken (evenredigheden)

Breuken van de vorm a/b = c/d = e/f... zijn met de rekenliniaal bijzonder ge­makkelijk te berekenen, omdat na het instellen van de schuif alle verdere uit­komsten door het verschuiven van de loper kunnen worden afgelezen. De schei­dingslijn van de vaste en de beweegbare schaalverdeling is meteen de breukstreep. Eigenlijk zou men aan deze wijze van berekening altijd de voorkeur moeten geven.

Voorbeeld:

Omrekening van millimeters in inches:

Hoeveel millimeters zijn 3, 5 en 7 inches? 1 inch = 25.4 mm. De breuken, die daarbij behoren zijn dus:

Zoals de instelling van figuur 12 laat zien is: .

en 6.4 mm kunnen tegenover de opgegeven waarden worden afgelezen.