10 De schalen A, B en K

Wordt de loperstreep op een willekeurig getal x van schaal C gezet, dan kan op schaal B het kwadraat (x2) en op schaal K de derde macht (x3) worden afgelezen. In omgekeerde richting krijgt men de kwadratische- en de derde machtswortel.

a)                   

b)                

c)                  

d)           

De plaats van de komma vindt men met een benaderingsberekening. Bij machts­verheffen is het voordelig machten van 10 af te splitsen om getallen te krijgen, die het gemakkelijk maken de oplossing te overzien. Voor dit doel kan men zich de kwadraatschaal en de derde machtsschaal voorstellen verdeeld te zijn van 1 tot 100, resp. 1 tot 1000. Waar men dan de loper moet instellen volgt dan uit deze, in gedachten, voorgestelde schaalverdeling.

Voorbeeld:

In welk gebied de loper dan behoort te worden ingesteld, vindt men uit de becijfering der schalen.

Met beide kwadraatschalen kan zoals met de hoofdschalen gerekend worden, wel is waar met iets kleinere nauwkeurigheid. Bij veel opgaven is het handig om met kwadrateren te beginnen, ten einde op de overeenkomstige kwadraat­schalen verder te kunnen werken.