12.3 Kleine hoeken

Als sin, α en tan α voor , evenals en  voor bepaald moeten worden, geldt de benadering

De goniometrische schaal ST, die van 0.55° tot 6° loopt, is in boog maat (radialen) verdeeld en maakt daarmede mogelijk gelijktijdig de sinus, tangens en boogwaarden op de hoofdschaal D af te lezen. De in tegengestelde richting lopende rode cijfers van de schaal ST van 84° tot 89.45° gelden voor de overeenkomstige cosinus- en cotangens-waarden.

De overeenstemming tussen ,  en  is tot 4° zeer goed, bij grotere hoeken rekent men nauwkeuriger als volgt:

 resp.

De waarde  voor  en sin α voor  kunnen slechts onnauw­keurig van de rekenliniaal afgelezen worden. Hier helpt ons een reeksont­wikkeling uit de moeilijkheid:

 (in boogmaat)

Met de hoekinstelling α op schaal ST vindt men op schaal A meteen de waarde van α2 in boogmaat.