16.5 Het instellen van de loper

In het geval een zuivere instelling van de loper nodig is, b.v. bij het opzetten van een nieuwe loper, wordt de liniaal op een tafel gelegd zo dat de loper met zijn vier schroeven aan de bovenkant ligt. Na het losdraaien van de vier schroe­ven met een passende schroevendraaier wordt de rekenliniaal omgedraaid en de streep van de loper precies op de eindstreep van de hoekverdeling gesteld. Voorzichtig wordt de liniaal dan weer gedraaid, zonder de loper te verschuiven en dan - terwijl men de loper vasthoudt - het bovenliggende glas, met vier losse schroeven, eveneens op de eindwaarden 1 ingesteld. Daarna worden de vier schroeven weer vastgezet.